Koraalcantates ‘per omnes versus’

Koraalcantates waren op zichzelf geen nieuw genre. Ook vóór 1724 werden al liedteksten gebruikt als basis voor een cantate, bijvoorbeeld door Scheidt, Schein, Pachelbel, Kuhnau en Buxtehude. Het kenmerkende van Bach’s jaargang koraalcantates is de vaste structuur, waarin per cantate de eerste en de laatste strofe van het koraal behouden blijven in de oorspronkelijke tekst, terwijl de tussenliggende strofen zijn omgedicht tot een nieuwe tekst voor aria’s en recitatieven, vooral bedoeld om de tekst van het lied te verduidelijken. Wie de tekstdichter van die nieuwe tekstdelen is, is nog steeds onbekend. 

Maar net als zijn voorgangers componeerde Bach ook enkele koraalcantates, waarin geen vrije teksten voorkomen, maar waarin enkel de volledige tekst van het lied wordt gevolgd. In deze vorm, ook wel ‘per omnes versus‘ genoemd, wordt elk couplet van het koraal voor een afzonderlijk deel van de cantate gebruikt. Die delen bestaan bij Bach net als in zijn andere cantates uit koordelen, aria’s en (minder vaak) recitatieven, maar hier zonder vrije teksten. Hier zijn dus de teksten van alle coupletten in zijn geheel gebruikt. 

Welke cantates zijn het?

In zijn vroege werk paste Bach deze muzikale behandeling ‘per omnes versus‘ al toe in zijn Paascantate Christ lag in Todesbanden (BWV 4) uit 1707, waarin de zeven verzen van het koraal van Martin Luther worden gebruikt als de basis voor zeven afzonderlijke muzikale delen, waaronder koren, duetten en solo-aria’s. En ook in zijn tweede Leipziger jaargang met koraalcantates vinden we er een eentje, namelijk Was willst du dich betrüben (BWV 107).
Maar de meeste cantates in deze vorm zonder vrije tekst vinden we in de latere, dus na de jaargang 1724/25, gecomponeerde koraalcantates:

Zonder tekstdichter?

Het lijkt erop dat Bach deze vorm ‘per omnes versus‘ vooral heeft gebruikt als hij geen tekstdichter ter beschikking had. Het is niet bekend wie daarbij de keuze voor het koraal heeft bepaald. Wel is het zeer waarschijnlijk dat de BWV 192, 100 en 117 geschreven zijn voor speciale gelegenheden, zoals bijvoorbeeld een huwelijksviering, dus mogelijk heeft hier een voorkeur uit de kring van de eventuele opdrachtgever een rol gespeeld. Dat maakt het ook beter verklaarbaar dat het lied Was Gott tut, das ist wohlgetan als BWV 100 nog een keer op muziek is gezet, terwijl er al een koraalcantate BWV 99 van bestond.

Hymnologisch commentaar?

De koraalcantates uit de jaargang 1724/25 zijn bijna allemaal gebaseerd op liederen die de nodige aandacht kregen van de hymnologen aan het begin van de 18e eeuw. (NB. Was willst du dich betrüben (BWV 107) vormt daar een interessante uitzondering op.) Hoe zit dat bij de andere ‘per omnes versus’-cantates van na 1724?

  • Ich ruf zu dir, Herr Jesu Christ (BWV 177) is van uitgebreid commentaar voorzien door Johann Martin Schamelius in zijn Evangelischer Lieder=Commentarius.
  • In allen meinen Taten (BWV 97) is eveneens opgenomen door Schamelius, maar met heel weinig commentaar. 
  • Der Herr ist mein getreuer Hirt (BWV 112) is te vinden bij Schamelius met enig commentaar.
  • Lobe den Herren, den mächtigen König der Ehre (BWV 137) is niet opgenomen in de bundels van de bekende hymnologen.
  • Gelobet sei der Herr, mein Gott (BWV 129) is alleen opgenomen in de Erklärter Lieder=Schatz van David Heermann, en zonder commentaar per strofe.
  • Nun danket alle Gott (BWV 192) is met commentaar te vinden bij Schamelius, inclusief twee tekstuitbreidingen van anonieme tekstdichters. De eerste (een doxologie) is door Bach in de cantate opgenomen.
  • Was Gott tut, das ist wohlgetan (BWV 100) is door Schamelius opgenomen met commentaar.
  • Sei Lob und Ehr den höchsten Gut (BWV 117) is te vinden bij Schamelius met heel weinig commentaar.

 

Deze korte inventarisatie levert geen opvallende aanknopingspunten om iets over de liedkeuze voor de cantates te kunnen zeggen.

Nieuwsbrief

In het jubileumseizoen 2024/2025 ondersteunen we je graag met plannen, informatie en tips. Abonneer je op de gratis nieuwsbrief.

Zangmiddagen

Komende evenementen

Recente berichten

Bachs geniale uitleg van Nicea

Het 1700-jarig bestaan van de geloofsbelijdenis van Nicea uit 325 omspant ook de eeuwen waarin Martin Luther en Johann Sebastian Bach een belangrijk stempel op de liturgie hebben gedrukt, met name via liederen en muziek. Dit artikel beschrijft met name een aantal bijzondere muzikale vormen waarmee Bach het Credo in de Messe in h-Moll (BWV 232) volgens de Latijnse tekst van Nicea tot uitdrukking brengt.

Meer lezen »