In de begintijd van de hymnologie (rond 1700) speurden theologen naar de vroegste bronnen van de protestantse kerkliederen van Luther en zijn tijdgenoten. Het doel was om de oorspronkelijke teksten veilig te stellen en de juiste auteurs te achterhalen. Maar daarbij stuitte men ook op interessante zaken die graag gedeeld werden. Een voorbeeld daarvan is de vondst van vertalingen van Lutherliederen in het Latijn, Grieks en Hebreeuws. De vertalingen waren zo gemaakt dat ritme en metrum geschikt waren om de liederen te zingen. Het feit dat anderen het kennelijk belangrijk vonden dat deze liederen ook buiten het Duitse taalgebied bekend werden, sterkte de hymnologen in de gedachte dat het Lutherse erfgoed behouden moest worden.
Eén van die vertalers was Georg Leuschner (1589-1673), na een paar jaar met omzwervingen in verschillende plaatsen en functies vestigde hij zich in 1615 als leraar en twee jaar later als rector van het gymnasium in Colditz. Hij werkte daar maar liefst 57 jaar lang (hij stierf in 1673 op 84-jarige leeftijd).
Zijn doel hiermee was enerzijds om de lutherse leer verder te verspreiden buiten de Duitstalige wereld en anderzijds om boeiend lesmateriaal voor zijn leerlingen te maken.
Titel: Hellenodia Lutherana h. e. cantiones Lutheri etc. (1648).
Permalink naar de digitale versie van dit boek: https://digital.slub-dresden.de/werkansicht/dlf/63707/1
Ook in het Hebreeuws
Hij vertaalde ook een aantal lutherse hymnen in het Hebreeuws. De afbeeldingen hieronder tonen de frontispice en titelpagina, met daaronder twee liederen (enkele strofen): Von Himmel hoch da kom ich her en Christ lag in Todes Banden.
Titel: Megillat širê ṣiyyôn Hoc est, Qvinqvaginta duae B. Lutheri & aliorum Orthodoxâ pietate celebrium virorum Festivales & Catecheticae cantiones (1661).
Ondertitel: ex lingva Germanica & Latina in Ebraeam metricè & rhythmicè ita traductae, ut & melodiarum consvetarum ratio fuerit habita.
Er is een alternatieve titel waaronder het boek bekend werd en waarmee het ook wordt genoemd in het Zedler-Lexicon: Fasciculus cantionum Lutheranarum
Permalink naar de digitale versie van dit boek: https://digital.slub-dresden.de/werkansicht/dlf/98849/1
Verwijzingen in hymnologische bronnen
Het belang van de liederen van Luther werd in de ogen van de vroege hymnologen bekrachtigd door het feit dat er vertalingen van waren gemaakt in de talen die voor theologen toegankelijk waren. Zo wordt het werk van Leuschner onder andere genoemd door August Pfeiffer, Superintendent van Lübeck, en diens opvolger Georg Heinrich Götze.


