Enoch Zobel, een blauwdruk

In 2019 kreeg mijn onderzoek naar troost bij Luther en Bach een nieuwe wending, toen ik op een tekst van Enoch Zobel stuitte. Ik had de liederen van Bachs koraalcantates al eens geordend met de jaartallen erbij waarin elk lied was ontstaan. Daarbij viel me op dat de koraalcantates opvallend vaak zijn gebaseerd op liederen van Luther en zijn tijdgenoten. Dat roept de vraag op waarom juist voor deze oude liederen werd gekozen, terwijl er in de loop van de 17e eeuw heel veel nieuwe geestelijke liederen waren ontstaan.

Discussies

Nieuwe theologische stromingen zoals de piëtistische lutheranen legden in deze nieuwe liederen andere accenten op bijvoorbeeld boetedoening en persoonlijke vroomheid van de individuele gelovige. Bovendien vonden zij de liederen van Luther en zijn tijdgenoten niet meer geschikt voor de gewone gelovige, vanwege verouderde woorden en te moeilijk taalgebruik.

De orthodox-lutherse theologen wilden daarentegen juist het liederenerfgoed uit de tijd van de Reformatie behouden, vanwege de troostende waarde. Maar zij hadden wel oog voor problemen, die een goed begrip van de oudere teksten in de weg stonden.

16 aanbevelingen

Enoch Zobel (1653-1697) publiceerde in 1690 een prekenbundel, Advent und Weinächtliche Vesper=Stunden, met maar liefst 21 preken over Luthers lied Nun komm, der Heiden Heiland. In het voorwoord van deze bundel gaf hij zestien aanbevelingen om de kennis over en het gebruik van de oude liederen te verbeteren. Deze aanbevelingen vormen een soort blauwdruk voor de gezangboek-commentaren die daarna, aan het begin van de 18e eeuw zijn ontstaan, zoals bijvoorbeeld de Evangelischer Lieder-Commentarius van Johann Martin Schamel uit 1724. Zobel staat daarmee aan het begin van het vakgebied van de hymnologie, een deelgebied van de theologie waarin studie wordt gedaan naar het kerklied. In deze beginperiode zijn er zeer veel publicaties verschenen van verschillende auteurs, die in preken en liedcommentaren de aanbevelingen van Zobel hebben uitgewerkt. Hun toelichtingen geven veel waardevolle informatie over de omgang met en waardering van kerkliederen aan het begin van de 18e eeuw en ze zijn een nuttige bron bij de bestudering van Bachs koraalcantates.

Doel van Zobels voorwoord

Het doel van zijn voorstel verwoordt Zobel als “unmaßgeblichen Vorschlags / wie man die H. Kirchen=Lieder zu besserm / erbaulichern und Gott=gefälligern Gebrauch bringen möchte” (niet-maatgevende suggestie / hoe men de H. kerkliederen tot een beter / stichtelijker en God-welgevalliger gebruik zou kunnen brengen). Door de in die tijd gebruikelijke beleefdheidsvorm lijkt het of Zobel zijn voorstel als onbelangrijk en geheel vrijblijvend presenteert. Maar zijn aanbevelingen zijn door andere hymnologen uit zijn tijd direct uiterst serieus genomen, omdat ze voortkwamen uit toenemende discussies over de kwaliteit van nieuwe liederen en verwijten over onbruikbaarheid van de oude lutherse liederen. Zijn adviezen gaan over de keuze van liederen en de meest wenselijke presentatievorm daarvan in gezangboeken. Zo adviseert hij korte toelichtingen, verklarende voetnoten, en een verantwoording van de Bijbelse grondslag op te nemen per lied. Ook stelt hij voor om informatie op te geven over elke tekstdichter en over de ontstaansgeschiedenis van elk lied. Enerzijds dienen foutieve en ongewenste aanpassingen van liedteksten gecorrigeerd te worden, anderzijds moeten onduidelijke woorden en zinsconstructies verduidelijkt worden. En goede registers en een concordantie moeten behulpzaam zijn om liederen snel te kunnen vinden.

Kerkliedwiki, anno 1690

Mijn ontdekking van de tekst van Zobel was eerst vooral grappig. Ik had hier overduidelijk de blauwdruk voor de Kerkliedwiki in handen, al geschreven in 1690! Had meneer Zobel maar internet gehad. Maar daarna bleek deze vondst de opstap naar talloze gezangboek-commentaren en liedpreken, die op grond hiervan waren gemaakt. En dat bleek weer een bijzondere sleutel naar de collectie koraalcantates van Bach te zijn. Wordt vervolgd!

Lydia Vroegindeweij

Verder lezen:

Wie meer wil lezen over de aanbevelingen van Enoch Zobel kan dit artikel downloaden met daarin: mijn vertaling van de 16 aanbevelingen (zie ook hierna) en de volledige Duitse tekst van de hele Vorrede.

De volledige titel van het werk luidt:

M. Enoch Zobels/ Archi-Diac. S. Annaeberg. Advent- und Weinächtliche Vesper-Stunden : zugebracht mit Betrachtung Jesu Christi aus dem schönen Kirchen-Lied: Nun komm der Heyden Heyland/ [et]c. mit Zuziehung Des XII. Capitels Esaiae und Beyfügung I. Eines unmaßgeblichen Vorschlags/ wie man die H. Kirchen-Lieder zu besserm … Gebrauch bringen möchte: II. Eines Berichts/ wie vor Alters die Christen beym öffentlichen Gottes-Dienst Wechselsweiß gegen einander gesungen … Franckfurt ; Leipzig 1690.

Bron: https://www.digitale-sammlungen.de/view/bsb11292360?page=1

Vertaling van de aanbevelingen

§.7. De vrijblijvende beschouwing en het bescheiden voorstel van onze kant bestaan voornamelijk uit de volgende punten:

(I.) Dat de kerkelijke gezangen in een handige vorm / en bekende volgorde / versgewijs worden verzameld en gedrukt / namelijk
(II.) alleen en (1) vooral de oude en bekende liederen van Luther en zijn collega’s of opvolgers / en daarnaast (2) een deel van die oude liederen / die tegenwoordig bijna onbekend zijn geworden / maar vroeger niet ongewoon waren in de gemeente van de Heer / waarvan de bewaring niet nutteloos is: Voorts (3) onder de nieuwere liederen alleen die welke thans even algemeen bekend zijn als de oudste, en die bijna overal, of althans op de meeste plaatsen, of zelfs op vele plaatsen, vooral in ons land, in de kerken zijn ingevoerd en in het openbaar gezongen plegen te worden: Ten slotte echter (4) de bekendste hymnen of Latijnse liederen, die ook in onze kerken bewaard zijn voor de eredienst.
(III.) Dat korte samenvattingen of hun meest belangrijke inhoud boven de liederen worden gezet.
(IV.) Dat een groot en voldoende aantal oude en nieuwe gezangboeken ijverig worden verzameld en bewaard, zodat (waar mogelijk) de tekst of de woorden van de gezangen onveranderd blijven zoals zij in de begintijd en oorspronkelijk waren. Aan de andere kant
(V.) Dat eerlijke en zorgvuldige aangetekend wordt / waar in veel gezangboeken / druk na druk / ingeslopen of opgenomen zijn / ofwel onnodige / of onhaalbare / of onterechte / of ook verkeerde / en na al deze ook nuttige en terechte veranderingen van woorden of ook hele stukken van de liederen.
(VI.) Dat wordt opgemerkt waar sommige woorden zijn veranderd en vervalst door valse gelovigen en ketters.
(VII.) Dat die woorden worden verklaard en verdedigd, die door onze tegenstanders en vijanden van de godsdienst worden beschuldigd en verkeerd uitgelegd, en op grond waarvan onze zegswijzen wordt verweten, in strijd te zijn met de Heilige Schrift, of schadelijk en nadelig voor onszelf, of anderszins niet met het geloof in overeenstemming.
(IIX.) Dat die Bijbelse spreuken en verzen onmiddellijk in de kantlijn worden toegevoegd, waarnaar in menig lied op een zeer speciale en bedachtzame manier wordt verwezen, of waardoor de woorden van een lied bijzonder kunnen worden begrepen, en een vroom christen aanleiding wordt gegeven om verder na te denken over zulke mooie woorden.
(IX.) Opdat die woorden en zegswijzen in de kerkliederen goed uitgelegd en eenvoudig gemaakt zouden worden, die ofwel oud en vandaag de dag onbekend zijn, of die lastig en moeilijk te begrijpen zijn, of die aanleiding kunnen geven tot verschillende meningen of twee uitleggingen. De begrijpelijkheid zou vaak kunnen worden geholpen / als
(X.) overal met een bekend teken (‘) zou worden aangeduid / waar (volgens oude dichterlijke vrijheid) de woorden van de liederen worden ingekort / en al gauw hier en daar wat letters of zelfs lettergrepen worden afgebeten en afgekapt.
(XI. ) Maar in het bijzonder zou het ook nodig zijn om de bekendste en grofste dwalingen en verdraaiingen met alle ijver en zorgvuldigheid op te merken en te corrigeren, omdat vooral de gewone man (en na hem ook vele anderen) de heilige en dierbare liederen meermaals zodanig vervalst, verbreekt, verminkt en vernietigt te horen krijgt, dat het zondig en schandelijk is. En dat christelijke oren, die zulke dingen horen, met pijn in het hart dit geschreeuw horen, omdat het een duidelijk teken is dat het gezang van zulke mensen alleen bestaat uit het geraas van hun mond, maar dat er geen toewijding of geest gericht op God in hen is, dat zij, als wijze christenen, nadenken over wat zij zingen, of het goed of verkeerd is, intelligent of onintelligent, geleerd of verkeerd, en dus God de Heer welgevallig of onwelgevallig is.
(XII.) Het zou ook nuttig zijn als de auteur of maker van een lied, voor zover informatie kan worden verkregen, in het kort zou worden beschreven aan de hand van zijn naam, status, leeftijd, enz.
(XIII.) Niet minder stichtelijk / nuttig en aantrekkelijk zou het zijn / indien (zoveel mogelijk) ook de geschiedenis van de totstandkoming van een lied / of wat verder nog vermeldenswaard is / zou worden beschreven.
(XIV.) De toevoeging van melodieën in notenschrift zou overbodig kunnen zijn, omdat de meeste [liederen] een eigen melodie hebben, die overal bekend is, of de melodie van een ander bekend lied volgen (die dan zou moeten worden opgenomen): Tenzij men de noten wil zetten voor hen die totaal onbekend zijn met het lied.
(XV.) Ten slotte zou het hopelijk ook zeer nuttig zijn als er niet alleen een gemeenschappelijk liedregister zou worden opgesteld, maar ook een gedetailleerd register van de voornaamste zaken die in liederen voorkomen, dat als het ware een kleine liedconcordantie en loci communes reales zou kunnen zijn, (zoals bijvoorbeeld een bekend auteur hier al een begin heeft gemaakt) waar men de belangrijkste en bekendste leer-, vermaan- en trooststukken of artikelen van het christendom zou kunnen opzoeken en zinnige, bekende, nadrukkelijke en troostrijke verzen en woorden van de kerkliederen zou kunnen vinden voor goed gebruik en toepassing [NB. maar geen misbruik/] door leraren en predikers / evenals door de toehoorders en alle vrome christenen in allerlei kringen binnen het christendom. Ja,
(XVI.) vooral met het oog op de leraren zou het zeer nuttig en noodzakelijk zijn, indien de woorden van de liederen in een verbale concordantie werden opgenomen, zoals de Bijbelse, die vroeger door H. Conr. Agricola, en later door H. Mag. Lanckisch, nog beter werd vervaardigd. Welk concordantiewerk echter tot een apart boek en een speciaal werk zou moeten leiden / naast het voorgestelde gezangboek.

Nieuwsbrief

In de aanloop naar het jubileumseizoen 2024/2025 ondersteunen we je graag met plannen, informatie en tips. Abonneer je op de gratis nieuwsbrief.

Recente berichten

Comfort in Luther and Bach

Het wetenschappelijk instituut voor Rituele en Liturgische Studies (IRiLis) publiceert jaarlijks een boek/online publicatie, het Yearbook for Ritual and Liturgical Studies (voorheen: Jaarboek voor Liturgie-onderzoek).

Meer lezen »